Een sessie met Corrie de wandelcoach

Gepubliceerd: 23 nov 2015 in Colombus Magazine.

Corrie verwelkomt haar cliënten in haar kantoor: het bos. In 2004 besloot Corrie Reijngoud, bij gebrek aan bedrijfsruimte, om haar werkzaamheden als coach te verhuizen: naar buiten. Aan de hand van metaforen uit de natuur – een gelittekende boom, verdwaalde brandnetel of in het oog springende bloem – legt ze de vraagstukken van haar cliënten feilloos bloot. ‘In de buitenlucht krijgen vraagstukken een vorm. Ze worden bespreekbaar. Alleen zo kom je tot de kern.’ Mede dankzij Corrie groeide het concept ‘wandelcoaching’ uit tot een succesvolle formule. Het is regenachtig en grauw in het Amsterdamse Bos. Ik en Corrie delen een paraplu. Geïnteresseerd luitster ik naar haar verhalen. Over die allereerste sessie in de natuur toen haar normaal zo starre cliënt in tranen uitbarstte naast een weiland met koeien. Over hoe mensen zich openstellen in de natuur en zich richten op datgene waar het werkelijk om gaat. ‘Het maakt veel meer in een mens los dan iedere week weer naar hetzelfde schilderij kijken,’ refereert ze aan de kamers die bedrijven normaliter beschikbaar stellen voor begeleidingsgesprekken. Men voelt zich al snel een stuk ontspannener in de buitenlucht. Er is ruimte. ‘In de natuur is alles goed zoals het is. Je gaat niet aan het gras trekken om het te laten groeien… je gaat niet zeggen: dat is een stomme boom! Dat doe je niet.’ Om haar uitspraak strekking te geven komt ze met een voorbeeld. Ze wijst naar de met bladeren en takken bezaaide grond langs het pad. ‘Hier heb je al je collega’s.’ ‘Waar zou jij gaan staan?’ Sommige mensen zeggen dan al heel gauw: ‘ik blijf híér staan want ik hoor er niet tussen.’ Wandelcoaching baat ook ondernemers. Een van haar cliënten, een zakenman pur sang, vond het lastig om één team te smeden van zijn werknemers. In de natuur liet ze hem het team uitbeelden, met dennenappels. Zijn creatie lag schots en scheef voordat Corrie ingreep. ‘Ik legde ze in een nette cirkel. Blijkbaar gebeurde er iets bij hem.’ Hij zág het. Meteen trok hij zijn fotocamera. ‘En, nou, een kerel die een foto maakt van een cirkel van dennenappels…’ Een aantal weken later kwam ze op zijn kantoor waar diezelfde foto op zijn prikbord prijkte. Het was zijn anker. ‘Zo van, zó wil ik het hebben.’ De voorbeelden, hoe simplistisch ook, zetten de gedragsproblemen van mensen op de werkvloer vaak in een ander daglicht. Corrie legt de vraagstukken van haar cliënten bloot aan de hand van metaforen. 

Bewust of onbewust worden er ook vaak persoonlijke conflicten aangehaald. Zo was Corrie een keer met een meisje aan het wandelen die haar vader had verloren. Geregeld ging ze met haar vader naar het bos om dieren te spotten, tevergeefs. ‘En echt… een kwartier later springt er, zo voor ons pad, een hert over. Dat was voor haar een teken: hij is er nog steeds. Wie ben ík dan als coach?’ Dat er een waas van zweverigheid hangt over haar methode erkent Corrie. Maar in feite ga je van je hoofd naar je gevoel, relativeert ze. ‘En dat bestempelen sommige mensen als spiritueel.’ Nu ik wegwijs ben gemaakt in de wereld van wandelcoaching besluit ik de stoute schoenen aan te trekken. Zou je me met míjn beoogde loopbaan kunnen helpen? Met even zoveel enthousiasme als waar ze haar verhalen mee deelde gaat ze akkoord. Haar ogen vriendelijk fijn geknepen. ‘Dus als ik het goed begrijp is het jouw wens om reisschrijver te worden’, herhaalt ze? ‘En je vraagt je af hoe je dat moet gaan bereiken?’ Ik knik instemmend doch argwanend. Want wat moet ik nu verwachten? Dat Corrie me zo dadelijk, aan de hand van metaforen uit de natuur, mijn toekomst(pad) op een presenteerblaadje levert? Haar pas stokt, midden op een overgroeid kruispunt. ‘Als jij nu mag kiezen... In welke richting zou je zeggen dat jouw doel, jouw gewenste situatie dan ligt?’ Ik kijk om me heen. Bospaden. In vier richtingen. Ik steek mijn wijsvinger uit, recht naar voren. Dáár zie ik wel mogelijkheden. Samen staren we vooruit. Het pad mondt uit in een open plek. ‘Wat is het precies dat je dáár bereikt hebt?’ Dan ben ik reisschrijver! Ze lijkt niet overtuigd van mijn overtuiging. Geloof in eigen kunnen was nooit een van mijn sterkste punten. Sterker nog, daar schort het aan. ‘Kom,’ zegt ze aansporend, ‘we gaan er even staan.’ Op de aangewezen plek in het bos neem ik mijn positie in. Ik vertel haar over mijn ervaringen, mijn persoonlijkheid, mijn passie. Ik ben niet iemand die van daken schreeuwt. Maar het is bevrijdend om erover te praten. Ik detecteer zelfs trots. Corrie’s zwijgen dwingt me te visualiseren hoe een grote, open, lichte plek in het bos mijn carrièredroom vertegenwoordigt. Helderder dan ooit vullen mijn gedachten zich met het plaatje dat ik al jaren voor ogen heb. Bescheidenheid maakt plaats voor zelfverzekerdheid. Een gevoel van vastberadenheid maakt zicht van me meester. Ik kan het. Ik geloof. Wat ik ‘hier’ bereikt heb? Ik ben reisschrijver!

Tom Aussems- Columbus Magazine