"Slechte imitator oogst succes in natuur!"

Dieren en planten die zich vermommen als andere soorten om roofdieren te foppen, hoeven dat helemaal niet goed te doen, zolang specifieke eigenschappen maar precies lijken op het origineel.

Het artikel “Slechte imitator oogst succes in natuur” stond deze week online. Na het lezen zag ik weer hoeveel overeenkomsten in gedrag wij als mensen met de dierenwereld vertonen. Wij zijn namelijk ook in staat ons zo te vermommen zodat de ander niet ziet wie we werkelijk zijn. 
In onze relaties, op het werk of naar onze klanten. In de natuur doen dieren dat om niet als prooi gepakt te worden. Super verschijnsel! Ze bootsen dus anderen na om zo met rust gelaten te worden. Herkenbaar?? Bijvoorbeeld je collega’s roepen allemaal dat het ‘A’ is, maar jij ziet en voelt dat het ‘B’ is. Wat doe je dan? Neem jij dan hetzelfde gedrag als je collega’s aan om niet ten prooi te vallen aan afkeuring, afwijzing en/of afgang?

We kunnen echter wel iets leren van onze trouwe bondgenoten uit de natuur. Het blijkt dat je niet alle eigenschappen hoeft te kopiëren om je als prooi te vermommen en veilig te zijn. Van belang is dat je precies die aspecten kopieert, die de ander op een positieve manier ‘om de tuin leiden’. Het hoeven maar kleine dingen zijn. Net voldoende om jezelf ‘veilig’ te laten zien. Bijvoorbeeld je collega’s vinden dat ‘A’ het beste is en jij hebt meer vertrouwen in ‘B’. Een goed begin kan zijn om dan op een rustige manier eens uit te vragen, waarom ‘A’ volgens hen het beste is. Inzicht in elkaars standpunten brengen geeft ruimte en brengt nieuwe mogelijkheden. Grote kans dat het uiteindelijk een ‘C’ wordt. Op deze manier word jij minder kwetsbaar en zet je stiekem heel veel in beweging. Zeker weten dat er anderen zijn, die het ook van een andere kant gaan bekijken en met je meegaan. De dierenwereld laat dat voorbeeld veelvuldig zien. Denk aan de kameleon of de hieronder beschreven ‘zweefvlieg’. Zij weten zich te onderscheiden, aan te passen en erbij te horen.

Tip: Probeer het uit! Je blijft nog steeds een van hen maar wel op een veilige voor jou passende manier.  

“Dieren en planten die zich vermommen als andere soorten om roofdieren te foppen, hoeven dat helemaal niet goed te doen, zolang specifieke eigenschappen maar precies lijken op het origineel.

Dat melden biologen van de Universiteit van Stockholm in het nieuwste nummer van Current Biology

Dit verschijnsel, ‘mimicry’ of nabootsing genoemd, komt in de natuur veel voor. Het bekendste voorbeeld is de zweefvlieg die op het eerste gezicht lijkt op een wesp. Wie goed kijkt, ziet echter dat het om hem heen cirkelende beestje geen stekend insect is. 

Dat geeft niet, schrijven de Zweedse biologen, zolang een aantal eigenschappen maar kloppen. Roofdieren gebruiken maar een paar kenmerken om te beoordelen of een prooi eetbaar en ongevaarlijk is. Als ze zo’n kenmerk aantreffen, laten ze de prooi, hoe smakelijk die ook is, met rust.

Koolmezen

Deze ontdekking deden de Zweden op basis van onderzoek met koolmezen, die ze eerst trainden om kunstmatige prooien aan te vallen, die ze konden herkennen aan kleur, patroon en vorm. Vooral de kleur gebruikten ze ter herkenning, en prooien met de juiste vorm maar de verkeerde kleur lieten ze met rust.

Prooien hoeven zich dus niet volledig te vermommen om veilig te zijn, maar slechts een paar eigenschappen lenen helpt niet zomaar. Daarvoor moeten het wel precies de juiste eigenschappen zijn.”

Bron: www.nu.nl